Retrospectief · R&D 2024–2025 · Provincie Noord-Brabant
Neolook, Ascom en Máxima MC werkten aan het SIR NICU Alarm Intelligence – slimme alarmering met digitale video en AI voor de intensive care voor pasgeborenen. De kern laat zich in één zin vatten: het idee bleek sterker dan de omstandigheden die het probeerden tegen te houden. SIR stuitte op een ongebruikelijke opeenstapeling van hindernissen – een verbouwing die de live-demonstratie onmogelijk maakte, bestuurlijke wisselingen bij beide partners, een vertraagd landelijk zorgtraject dat in een bestuurlijk kleilaag vastliep. En toch leverde het project de nodige technische en commerciele proofpoints op, live inzet in gecontracteerde zorg in andere ziekenhuizen en zelfs twee gewonnen Europese programma’s. Toeval? Het is wat er gebeurt wanneer een goed plan wortelt in de dagelijkse zorg en gevraagd wordt door zorgverleners aan het bed. Als het onder druk staat zoekt het links of rechts een weg omhoog, zoals een plant door tussen de stoeptegels door toch naar boven komt.
Een verpleegkundige op de intensive care reageert gemiddeld op 150 tot 400 alarmen per patiënt per dienst. Ongeveer 80 % daarvan vereist geen handeling – geen klinische urgentie, geen gevaar. Toch moet elk alarm worden beoordeeld. Wanneer zoveel tijd van de verpleegkundige werktijd opgaat aan alarmbeheer, raken prioriteiten scheef – niet door onoplettendheid, maar door de structuur van het systeem zelf. Dertig procent van de IC-verpleegkundigen rapporteert burnoutklachten; 10 tot 15 % verlaat het beroep voortijdig.
Alarmmoeheid is dus geen comfortprobleem. Het zijn niet de harde alarmen die mensen wegjagen, maar de eindeloze reeks ongegronde signalen die het oordeel eroderen. En elk vals alarm is tegelijk een gemiste kans: wie reageert op ruis, is niet beschikbaar voor de patiënt die werkelijk een interventie nodig heeft.
«Niet minder alarmen genereren – maar verpleegkundigen de juiste context geven, vóórdat ze in actie hoeven te komen.»
Wat als klinische alarmdata en realtime videobeelden samenkomen in één systeem, zodat de verpleegkundige de context van een alarm in één oogopslag beoordeelt – zonder voor elk onterecht signaal naar het bed te lopen en daar pas te ontdekken dat er niks aan de hand is? Met die vraag startte in april 2024 het SIR-project slimme alarmering, mede gefinancierd door de Provincie Noord-Brabant. Ascom levert de alarminfrastructuur in tientallen ziekenhuizen in binnen- en buitenland. Máxima MC is een van de leidende NICU centra van Nederland en sinds 2020 de eerste klant van Neolook.
Het project kende drie parallelle werkpakketten. Het eerste richtte zich op de technologie: een event-capture-architectuur, een integratie met het Ascom-platform, een AI-datapipeline en synchronisatie van video en vital signs data op één tijdlijn. Het tweede dekte de certificering af – NEN 7510, een MDR-complianceplan en voorbereiding op CE-markering. Het derde bracht de menselijke factoren in kaart: een pilotopzet bij Máxima MC, klinische validatie en human-factorsonderzoek met eindgebruikers.
De drie liepen bewust gelijktijdig, niet na elkaar. Regulatoire eisen sturen architectuurbeslissingen; gebruikersinzichten sturen design inputs. Diezelfde verwevenheid maakte het project ook kwetsbaar voor verstoring van buitenaf – en die kwam.
De hoeveelheid hindernissen in dit project was ongeveer even groot als de hoeveelheid goed resultaat die eruit voortkwam. Dat klinkt als een tegenstrijdig, maar het tegendeel is waar. De druk die de geplande route afsneed, dwong het idee telkens een andere uitgang te zoeken – en juist die omwegen werden de blijvende uitkomsten. De demo-opstelling in het ziekenhuis die niet doorging, werd een demo-opstelling in Nederland en in de UK bij de landorganisaties van Ascom. Het ziekenhuistraject dat vertraagde, werd een serie van klinische toepassingen in andere huizen.
De hindernissen blokkeerden de resultaten, die alsnog tot uiting kwamen.
Een terugblik die de moeilijkheden wegpoetst is niets waard. Daarom hier wat er werkelijk schuurde, zonder oordeel of schuld. Een samenwerking van drie partijen met onderling verbonden trajecten is nou eenmaal gevoelig voor verstoring.
De oorspronkelijke ambitie was een live demonstratie- en validatieomgeving op de NICU van Máxima MC. Door nieuwbouw waren alle netwerkaansluitingen bezet, en draadloze alternatieven bleken onvoldoende stabiel voor klinisch gebruik.
Máxima MC trok tegelijk het landelijke IZA-traject «NICU PICU». Een combinatie van IZA governance-complexiteit, MMC nieuwbouw en roterende posities bij zorgverzekeraars vertraagde dat traject substantieel – en daarmee ook de voortgang van SIR door beslag te leggen op capaciteit en competenties.
Het afdelingshoofd NICU bij Máxima MC migreerde naar Duitsland; bij Ascom verlieten zowel de Nederlandse als de Britse landdirecteur de organisatie na reorganisaties. Besluitvormingscontinuïteit en contractuele formalisatie kwamen onder druk te staan. En ook de opzet om in twee landen, NL en UK, tegelijk proofpoints te creëren om het hoofdkantoor van Ascom bewijs te leveren voor verdere toepassing in anderen landen viel weg.
De samenwerking tussen Máxima MC en Ascom rustte op een bestaand contract voor de volwassen IC. Toen het NICU-project startte speelde de commerciele as op tussen de twee partijen, en ontstond vertraging in de driehoek.
Op elke afgesneden route volgde een omleiding. Toen de NICU-demo onmogelijk bleek, richtte Neolook samen met Ascom een demonstratieomgeving op buiten de ziekenhuisinfrastructuur – in Nederland en in het Verenigd Koninkrijk met betrokkenheid van het Ascom hoofdkantoor in Gothenburg.
De economische waardecreatie vond zijn weg. Met follow-ups in UMC Utrecht, met Birmingham, Rotunda in Ierland en Guy & St Thomas. Op verzoek van de Raad van Bestuur en de CMIO van Máxima MC werd een workshop op de nationale mProve-bijeenkomst in Eindhoven gegeven, met als direct gevolg de winst van het Noordwest Ziekenhuis contract in een competitieve inkoopprocedure.
De technologie uit dit project vormt de basis van drie kerncomponenten: Event Capture, het AI Switchboard en de Open API add-on. Inmiddels 9 proofpoints zijn herleidbaar tot het SIR project. De architectuur is modulair – inzetbaar als geïntegreerd systeem én als losse module naast bestaande infrastructuur.
|
9
bewezen proof points, direct herleidbaar tot SIR
|
6
ziekenhuizen in follow-up, met live inzet in NL en internationaal
|
2
geaccepteerde Europese programma’s Interreg en Unite JIP
|
€930.000 + 4,3M in 4 EU landen
Unite JIP Neodata+ en Neovitai in
|
Internationaal landde de technologie bij Cedars-Sinai in Los Angeles, waar event capture op assessments wordt ingezet, bij UMC Utrecht voor vroegdetectie Neurologie. UMC Groningen zet bewegingsanalyse in op basis van de Event Capture-component. Apneu, bradycardie en desaturatie liepen door van SIR naar het Europese Unite JIP Neodata+-consortium met Nederland, Italië en Roemenië – en pijnscores die daar ontstonden vonden hun weg terug naar Máxima MC als basis voor gezamenlijk vervolgonderzoek.
De eerste les is klinisch, niet technisch. De waarde van alarmintelligentie zit niet in het elimineren van alarmen, maar in het verschuiven van de beslissing – van de verpleegkundige naar het systeem, vóórdat de verpleegkundige in actie hoeft te komen. Dat vraagt een goed begrip van de workflow, niet alleen van de data.
De tweede les gaat over de echte wereld. Klinische validatie in een draaiende NICU vraagt een infrastructurele voorbereiding die losstaat van de softwareontwikkeling: netwerk, bouwfasering en IT-beleid bepalen het tijdpad evenzeer als, of zelfs meer dan, de code. De diepere les is de paradox zelf: een project dat onder druk staat en toch resultaat blijft afwerpen, vertelt iets over de kracht van het oorspronkelijke idee. Dat is de werkwijze van Neolook – van het bed naar de doorbraak.
Dit project is mede gerealiseerd met steun van de Provincie Noord-Brabant, in het kader van de Subsidieregeling economie, kennis en talentontwikkeling Noord-Brabant 2022 (referentie C2333881). Neolook is de provincie daarvoor erkentelijk.
Van bed naar doorbraak. Geboren in ziekenhuizen, gebouwd met klinische partners.